Belangrijkste boodschap:
We doen momenteel geen grote aanpassingen in de berekening. Wat wél verandert: we gaan de werking duidelijker uitleggen via de statuspagina, help-artikelen en na de zomer zullen we een webinar opnemen.
De kern: twee manieren van rekenen
Doordat wij de ziekengeld berekening geoptimaliseerd hebben zijn er ook verschillen ontstaan met de oude methode van rekenen. Dit kan dus op medewerkerniveau of tussen medewerkers zorgen voor verschillende berekeningen. De oude methode gaat uit van een gemiddeld bedrag dat is opgebouwd uit de referteperiode. De wet zegt: ‘‘je moet krijgen wat je verdiend zou hebben als je niet ziek geweest was’’. De nieuwe methode gaat uit van een percentage dat wordt berekend over het salaris, zodat er ook rekening gehouden wordt met indexatie van vergoedingen en past dus beter bij de strekking van de wet dan de oude methode.
Een simpel voorbeeld:
De medewerker verdient 6 maanden aan 300 euro ORT versus 6 maanden van 3000 euro salaris.
Oude methode
Volledige maand ziek
Gemiddeld ORT 300
300 * (156/156) = 300 Euro
Nieuwe methode
Volledige maand ziek
ORT Percentage (300/3000) = 10%
10% * 3000 * (156/156) = 300 Euro
In deze ‘happy flow’ (een stabiel patroon zonder mutaties) leveren de oude en nieuwe methode dezelfde waarde op. Dit verandert op het moment dat er sprake is van een loonstijging, minder en/of meer werken, onregelmatigheid van het patroon van ORT, functiewijzigingen, wisselende diensten en bijvoorbeeld langdurig of onderbroken verzuim.
Wat is dan juist?
Het ingewikkelde is dat soms de oude situatie met een ‘beter’, ‘gewenster’ bedrag komt en soms de nieuwe methode.
Denk aan de volgende situatie: een medewerker verdiende 300 euro gemiddeld aan ORT met 60% werken en deze medewerker gaat 80% werken (dit kan een permanente roosterwijziging zijn, het einde van (on)betaald ouderschapsverlof of tijdelijk extra werken).
Wat is dan juist: als de ORT onderdeel was geweest van vaste beloning, dan zou deze vaste beloning ook stijgen naar 80%, en dus 400 euro zijn.
Maar de ORT is een variabel deel: is de medewerker vanaf het moment van 80% werken naar verhouding ook meer ORT gaan verdienen? Als dat het geval is, dan verwacht je bij ziekte ook 400 euro aan ORT. Een gemiddelde van 6 maanden levert een lager bedrag op (=de oude methode). ORT uitgedrukt in een percentage van het salaris levert juist een hoger bedrag op (=de nieuwe methode). Maar als de medewerker helemaal geen extra ORT is gaan verdienen (of juist minder...) dan levert het toepassen van zowel de nieuwe als de oude methode een lastig vraagstuk op.
Vanuit de loonberekening kunnen wij momenteel maar één berekening tegelijk ondersteunen. Het is dus op voorhand niet te zeggen welke berekening ‘beter’ is. Dat is per medewerker en situatie verschillend. We zullen hier tijdens ons webinar verder op ingaan.
Wat is ons advies?
Wat wij willen benadrukken is dat wij een nieuwe methode hebben geïntroduceerd via de parameter ‘nieuwe methode toepassen’. Vanwege de bovenstaande problematiek hebben we de nieuwe methode voor iedereen toegepast per 2026. Inmiddels zien wij discussies ontstaan over de hierboven beschreven complexe situaties, waarbij klanten soms aangeven dat de oude methode beter aansluit. Wij vinden het in de huidige omstandigheden niet passen om de oude methode weer standaard toe te gaan passen. Wat raden we aan:
Welke zaken hebben we nu nog aangepast (zonder impact in het verleden!):
1) Mogelijkheid om af te wijken van de berekende waarde van stap 7 in combinatie met ‘Uurloon vorige periode’
In looncomponenten van stap 7 is het vanaf nu mogelijk om altijd te rekenen met de waarde van stap 6 uit de huidige periode. Dit kan door de parameter ‘Waarde stap 6 huidige periode toepassen’ in specifieke gevallen op ‘Ja’ te zetten. We hebben deze mogelijkheid toegevoegd voor situaties waarbij er gerekend wordt met de waarde uit de vorige periode, maar de waarde van de huidige periode beter aansluit bij de gewenste berekening. Concreet voorbeeld: we zien klanten gebruik maken van de instelling ‘Uurloon vorige periode’ ( = de variabelen zoals ORT en meeruren worden een maand later verloond, tegen het uurloon van de maand ervoor), maar hanteren bij ziekte een ander beleid: de ziekteuren worden wél in de maand van ziekmelding geboekt en verwerkt.
In deze situatie kun je zeker overwegen de nieuwe methode te blijven gebruiken, maar is het wel verstandig om de nieuwe parameter ‘Waarde stap 6 huidige periode toepassen’ op ‘Ja’ te zetten. Uiteraard niet zonder dit eerste te testen en te beoordelen.
Het gaat om de volgende looncomponenten (de parameter wordt niet gedeeld, je kunt/moet dit in elk van de looncomponenten apart vastleggen).
135.000.791 ‘Stap 7: Tussenstap fixeren gemiddelde ORT’
135.000.792 ‘Stap 7: Tussenstap fixeren gemiddelde bereikbaarheid’
135.000.793 ‘Stap 7: Tussenstap fixeren gemiddelde meeruren’
135.000.794 ‘Stap 7: Tussenstap fixeren gemiddelde oproepuren’
2) Referteperiode bij meeruren in combinatie met ‘Uurloon vorige periode’
In looncomponent met stamnummer 135.000.777 ‘Stap 5: Gemiddelde meeruren’ werd ten onrechte de uitkomst van looncomponent 135.000.769 ‘Stap 2: Referteperiode meeruren’ opgehaald. Hierdoor werd er bij toepassing van de instelling ‘Uurloon vorige periode’ ten onrechte maar met 5 perioden gerekend. Dit is nu opgelost door een aanpassing in looncomponent met stamnummer 135.000.777 ‘Stap 5: Gemiddelde meeruren’ doordat we direct de parameter van de referteperiode ophalen: bij een referteperiode van 6 wordt er daardoor nu ook gerekend met 6 perioden.
Deze wijziging wordt doorgevoerd per 1 september 2026 om ongewenste correcties te voorkomen. Wil je dat deze wijziging eerder van kracht wordt? Test dit dan in een testomgeving om de impact te beoordelen door de parameter ‘verbeterde berekening’ eerder op ‘Ja’ te zetten.
Bovenstaande aanpassingen zijn doorgevoerd in deze Profit CAO’s: