thumb_up
thumb_down
link
Copy link
Copied
insert_emoticon
lmatfy
Copied

Eigen app connector toevoegen

Je voegt een app connector toe waarmee een externe toepassing gegevens kan uitwisselen met Accountancy Lite.

Een nieuwe app connector wordt automatisch geblokkeerd, zodat je de inrichting kunt voltooien zonder dat de app connector kan worden gebruikt.

App connector toevoegen:

  1. Ga naar: Algemeen / Beheer / App connector.
  2. Klik op: Nieuw.
  3. Vul de omschrijving in.

    Gebruik de omschrijving die bij externe gebruikers van de app bekend is. Als een gebruiker een token aanvraagt, krijgt hij namelijk een e-mailbericht met een OTP (one time password). In het onderwerp van het e-mailbericht wordt ook de omschrijving van de app connector gebruikt.

  4. Selecteer een gebruikersgroep bij Gebruikersgroep.

  5. Klik op: Voltooien.

    De eigenschappen van de app connector worden geopend.

    Vul eventueel de geldigheidsduur van de tokens in.

    • Als je deze invult, zal een token worden verwijderd na het verlopen van de geldigheidsduur. Indien nodig moet je daarna een nieuwe token uitdelen of deze moet opnieuw worden aangevraagd.
    • Als je de geldigheidsduur niet invult, blijven de tokens altijd geldig.
  6. Ga naar het tabblad: GetConnectoren.
    1. Klik op: Nieuw.
    2. Vink de GetConnectoren aan die via de app gebruikt mogen worden.

      Let op: je kunt schakelen tussen alle GetConnectoren of alleen de niet-geblokkeerde GetConnectoren. Als je een geblokkeerde GetConnector toevoegt aan de app connector, kan deze nog niet gebruikt worden. Je moet de GetConnector dan eerst deblokkeren via Algemeen / Uitvoer / Beheer / GetConnector, actie Definitie.

    3. Klik op: Voltooien.
  7. Ga naar het tabblad: UpdateConnectoren.
  8. Voeg de UpdateConnectoren aan die via de app gebruikt mogen worden.
  9. Ga naar het tabblad: Connectoren.

    Op dit tabblad kun je speciale connectoren toevoegen. De meestgebruikte is AppConnectorSubject, deze is nodig voor het openen van bijlagen bij dossieritems.

  10. Ga naar het tabblad: Algemeen.
  11. Vink Geblokkeerd uit, als je de app connector in gebruik wilt nemen.
  12. Klik op: OK.

IP-restrictie toevoegen:

Voor je eigen app connectoren kun je een IP-restrictie instellen. Dit houdt in dat de app connector alleen via een bepaald IP-adres of een IP-reeks gebruikt kan worden. Het omgekeerde is ook mogelijk, het uitsluiten van een IP-adres/reeks.

Het combineren van het toestaan en weigeren van IP-adressen of reeksen is niet zinvol. Je moet een keuze maken voor het toestaan óf het weigeren van IP-adressen of reeksen. Het uitgangspunt is het IP-adres of de reeks die voor het dataverkeer gebruikt wordt. Het IP-adres kan bijvoorbeeld ook verwijzen naar een 'dedicated' server of een firewall.

  1. Open de eigenschappen van de app connector.
  2. Ga naar het tabblad: IP-restricties.
  3. Voeg voor elke restrictie (IP-adres of IP-reeks) een aparte regel toe.
  4. Bepaal in de restrictie of toegang is toegestaan of moet worden geweigerd.
    • Bij een specifiek IP-adres vul je het IP-adres in.
    • Bij een reeks vul je de reeks en het subnet-masker in.
  5. Vul het IP-adres of de reeks in.

    Let op:

    De IP-adressen van AFAS Connect zijn 52.174.142.76 en 52.174.142.140. Sta deze toe in de eigenschappen van de app connector.

  6. Klik op: Voltooien.

Direct naar

  1. App connector
  2. Systeemgebruiker toevoegen
  3. Gebruikersgroep toevoegen
  4. App connector toevoegen en instellen
  5. Handmatig gebruikerstoken toevoegen
  6. Uitreiken/intrekken van tokens automatiseren via OTP
  7. Gebruikerstokens beheren
  8. Veilig gebruik van de API

Process

AFAS Connect Connector UpdateConnector

Work area

Connectoren