Doorbetaaldloonregeling (DGA)

Als de medewerker bij de hoofdwerkgever niet voor de SV-premies is verzekerd (DGA), maar bij de doorbetaler wel, dan kun je de doorbetaaldloonregeling inrichten.

De volgende definities gelden voor de Doorbetaaldloonregeling:

  • Doorbetaaldloonregeling

    Een medewerker kan voor zijn dienstbetrekking bij een werkgever (de hoofdwerkgever) ook in dienstbetrekking zijn bij een andere werkgever. De medewerker is dan vaak verplicht om het loon af te staan aan zijn hoofdwerkgever. Onder voorwaarden hoeft die andere werkgever (de doorbetaler) geen loonheffingen in te houden. De voorwaarden waaraan je moet voldoen om van de regeling gebruik te mogen maken, vind je terug het Handboek Loonheffingen.

  • Hoofdwerkgever

    Dit is de hoofddienstbetrekking van de medewerker. Vaak is de medewerker hier DGA en is de werkgever de overkoepelende holding. Via deze werkgever worden de totale loonheffing en ZVW berekend en in de loonaangifte gezet (dus ook het deel van de doorbetaler). Afhankelijk van het soort medewerker (gewoon of DGA) worden ook SV-premies berekend, maar alleen over het loon dat rechtstreeks door de hoofdwerkgever wordt betaald.

  • Doorbetaler (inlener)

    Dit is de nevendienstbetrekking van de medewerker. Er is geen loon loonheffing, wel SV-premies, die ook via de doorbetalende werkgever in de loonaangifte komen. Er is wel loon, maar dat wordt rechtstreeks aan de hoofdwerkgever betaald (interne factuur/verrekening). De loonheffing en ZVW worden bij de hoofdwerkgever berekend.

De medewerker voeg je twee keer toe, zowel bij de hoofdwerkgever als bij de doorbetaler. Profit heeft geen voorzieningen voor het laten werken van dezelfde medewerker bij twee werkgevers.

Inrichting bij de hoofdwerkgever:

Als salaris vul je het totale salaris van zowel de hoofdwerkgever als de doorbetaler samen worden ingevuld. De instantie Belastingdienst van de medewerker wijzig je.

  1. Vink Doorbetaler i.v.m. doorbetaaldloonregeling niet aan.
  2. Selecteer tabelcode 0.
  3. Zet de SV-premies op niet verzekerd.
  4. Selecteer de normale code ZVW.

Inrichting bij de doorbetaler:

Als salaris vul je het salaris in, die via de doorbetalende werkgever wordt gefactureerd. De instantie Belastingdienst van de medewerker wijzig je.

  1. Vink Doorbetaler i.v.m. doorbetaaldloonregeling aan.
  2. Selecteer de code loonbelastingtabel die van toepassing is als de doorbetaler zelf het loon aan de medewerker zou uitbetalen en zou moeten inhouden. De code die je moet toepassen kun je terugvinden in het Handboek Loonheffingen. (Gebruik niet code 999 of een code die met een 3 of 5 begint, tenzij sprake is van het niet-belastingplichtig zijn voor de loonbelasting en of het niet verzekerd zijn voor de volksverzekeringen).
  3. Vink de SV-premies aan die van toepassing zijn (is alleen van invloed op de loonkosten, omdat het alleen werkgeverspremies betreft).
  4. Selecteer de code ZVW die van toepassing zou zijn als de doorbetaler zelf het loon aan de medewerker zou uitbetalen en zelf zou vergoeden en inhouden.
  5. Je activeert de looncomponent 100.009.590 'Te betalen loon bij doorbetaler naar 0' en je zet de parameter 'Berekenen' op Ja bij de medewerker die onder de doorbetalende werkgever valt.

    Let op:

    Als de Belastingdienst jou verzoekt ten aanzien van deze regeling te corrigeren, kun je het veld Doorbetaler i.v.m. doorbetaaldloonregeling aanpassen en opnieuw aangifte doen, mits je de alternatieve oplossing had toegepast door bij medewerker/instantie de tabelcode op 999 te zetten en code ZVW op A. Dit levert geen verschillen op in de loonberekening.