Voorziening toekennen per periode

Per periode bepaal je de voorziening op het onderhanden werk. Daarna sluit je de periode af en journaliseer je de mutatie.

In Voorziening toekennen heeft elk lopend project met methode 10 of 11 één regel per periode. Op die regel staan het onderhanden werk aan het einde van de periode en de voorziening.

Profit bepaalt de voorziening in deze volgorde:

  1. Heb je een Bijstelling periodevoorziening vastgelegd, dan gebruikt Profit die.
  2. Anders gebruikt Profit de Voorzieningprognose uit de laatste projectvoortgang tot en met het einde van de periode.
  3. Anders gebruikt Profit de Berekende voorziening.

De voorziening is nooit lager dan € 0. Profit boekt alleen het verschil met de voorziening die al is geboekt.

Inhoud

  • Stap 1: Periode aanmaken
  • Stap 2: Periode actualiseren
  • Stap 3: Uitkomst controleren
  • Stap 4: Periode afsluiten
  • Stap 5: Voorziening journaliseren
Stap 1: Periode aanmaken

Je maakt een periode één keer aan. Profit voegt dan een regel toe voor elk project met methode 10 of 11 dat in die periode loopt. Projecten die al een regel hebben, slaat Profit over.

Om een nieuwe periode aan te maken moet de vorige periode volledig afgesloten zijn.

Periode aanmaken:

  1. Ga naar: Projecten / Onderhanden werk / Voorziening toekennen.
  2. Klik op de actie: Aanmaken periode.
  3. Selecteer de administratie, het jaar en de periode.
  4. Klik op: Voltooien.
Stap 2: Periode actualiseren

Na een correctie of nieuwe boekingen reken je de periode opnieuw door. Profit verwerkt eerst de mutaties die nog in de wachtrij staan. Profit voegt eerst nieuwe projecten toe die nog geen regel hebben. Daarna rekent Profit alle regels door die nog niet zijn afgesloten.

Hele periode actualiseren:

  1. Ga naar: Projecten / Onderhanden werk / Voorziening toekennen.
  2. Klik op de actie: Actualiseren periode.
  3. Selecteer de administratie, het jaar en de periode.
  4. Klik op: Voltooien.

Eén regel actualiseren:

  1. Selecteer de regel.
  2. Klik op de actie: Actualiseren per regel.

Profit rekent de regel direct door. Een afgesloten regel kun je niet meer actualiseren.

Stap 3: Uitkomst controleren

Controleer per project in de weergave de kolommen Eind OHW, Berekende voorziening, Geboekte voorziening en Mutatie voorziening.

Het eind OHW sluit altijd aan:

Eind OHW t/m vorige periode + OHW-mutaties huidige periode -/- Gefactureerd huidige periode = Eind OHW huidige periode

Een factuur of mutatie die na het afsluiten nog in een afgesloten periode valt, telt mee in de eerste open periode. De afgesloten periode verandert niet.

Bij methode 10 tellen voorschotfacturen niet mee in het eind OHW. Die boekt Profit direct op omzet.

Past de berekende voorziening niet, dan stel je die bij. Er zijn twee manieren:

  • De projectverantwoordelijke legt een voorzieningprognose vast in de projectvoortgang. Selecteer de regel en klik op de actie: Toevoegen projectvoortgang. Zie Voorzieningprognose vastleggen.
  • De controller legt een bijstelling vast voor één periode. Deze bijstelling gaat voor de voorzieningprognose.

Bijstelling periodevoorziening vastleggen:

  1. Dubbelklik op de regel waarbij je de periodevoorziening wilt vastleggen.
  2. Vul Bijstelling periodevoorziening in.
  3. Vul Toelichting in.
  4. Klik op: OK.
Stap 4: Periode afsluiten

Na het afsluiten maakt Profit de OHW-mutatie voor de voorziening. Daarna kun je de regel niet meer wijzigen of actualiseren.

Periode afsluiten:

  1. Ga naar: Projecten / Onderhanden werk / Voorziening toekennen.
  2. Selecteer de regels.
  3. Klik op de actie: Afsluiten periode.
  4. Klik op: Ja.

Profit maakt alleen een mutatie als de voorziening is gewijzigd.

Stap 5: Voorziening journaliseren

Je journaliseert de voorziening met integratiesoort Voorziening onderhanden werk. Dat kan los van de andere OHW-mutaties.

Zie ook:

  • Financiële projectintegratie journaliseren.