thumb_up
thumb_down
link
Copy link
Copied
insert_emoticon
lmatfy
Copied

Gegevens importeren (Remote Commandline Utility)

Met de commandline actie IMPORT kun je records uit een importbestand importeren op basis van een importdefinitie.

Let op:

Bij het importeren van financiële mutaties, pakbonnen etc. moet de administratie zowel in de aanroep voor AFAS Remote als in de importdefinitie worden opgegeven. In AFAS Remote gebruik je hiervoor de parameter /A"nummer". Bij bijvoorbeeld administratie 1 wordt dit /A"1".

Als de importdefinitie een script bevat om de administratie te bepalen, dan overschrijft dit de (vaste) waarde van het te importeren veld.

De importgebruiker moet toegang hebben tot de betreffende administratie en moet de administratie minimaal één keer geopend hebben.

Inhoud

Records met bijlagen importeren

Je importeert records uit een importbestand. De importdefinitie moet bestaan in de omgeving waarin je de records wilt importeren.

Als je ook bijlagen of afbeeldingen importeert, geldt het volgende:

  • Plaats alle afbeeldingen in een aparte map op het systeem waarop je de commandline uitvoert.

    Let op:

    De maximale omvang van de volledige opdracht die via de commandline wordt uitgevoerd, is 200 MB.

    In specifieke situaties, bijvoorbeeld bij een zeer groot aantal regels, kan een Out of Memory melding optreden. Haal dan een kleiner aantal regels op. Pas altijd een filter toe bij een GetConnector om alleen de regels / data op te halen die je echt nodig hebt.

    De commandline zal in de opdracht alle bestanden meenemen die in deze map staan, ook bestanden die niet worden geïmporteerd.

    Heb je meer dan 200 MB? Gebruik dan meerdere mappen, met per map maximaal 200 MB. Gebruik per map één importopdracht.

  • Neem in het batch-bestand een verwijzing op naar de map met de afbeeldingen.
  • Neem in het importbestand alleen de naam van de te importeren afbeeldingen op, niet het pad.
  • Je legt in de importdefinitie bij de velden voor afbeeldingen of bijlagen vast, dat het veld uit het batch-bestand gebruikt moet worden (zie hieronder).

    Voorbeeld:

    Je wilt nieuwe artikelen met foto's van de artikelen importeren.

    Je zet alle foto's in de volgende map: C:\itemphoto.

    In de commandline neem je een verwijzing op naar deze map.

    In het importbestand neem je alleen de namen van de foto's op: Camcorder1000.jpg, Camcorder1010.jpg, Camcorder1020.jpg, etc.

Commandline opzetten en uitvoeren:

Maak een batch-file met de volgende gegevens en voer deze uit. De taak wordt in de wachtrij geplaatst en zo snel mogelijk uitgevoerd. Hierna wordt het uitvoeren van de batch-file afgesloten.

Uitleg 

Actie:

IMPORT

Syntax:

afasremotecmd.exe /O"Omgeving" /F"bestandslocatie bijlagen" /L"Algemeen log-bestand" IMPORT /N"Importdefinitie" /F"importbestand" /L"Import log-bestand"

 

Voorbeeld:

C:\Afasremote\afasremotecmd.exe /O"O12345AA" /F"C:\itemphoto" /L"logfile.log" IMPORT /N"items" /F"item.txt" /L"items.log"

De commandline wordt uitgevoerd met de volgende gegevens:

  • Omgeving: O12345AA
    De omgevingsnaam O12345AA begint met de letter O (niet met het cijfer 0). Bij een Acceptomgeving begint de naam met de letter A, bij een Testomgeving begint de naam met de letter T).
  • Algemeen log-bestand: logfile.log
  • Map met alle importeren bijlagen: C:\itemphoto
  • Importdefinitie: Items
  • Importbestand: item.txt - Let op, In het importbestand geef je alleen de te importeren bestandsnamen op, niet het hele bestandenpad.
  • Specifiek log-bestand: items.log

Extra opties

Optie

Uitleg

/F

Bestandslocatie van bijlagen, zoals afbeeldingen. Als je geen afbeeldingen importeert, neem je deze optie niet op.

/F

Importbestand

Let op, In het importbestand geef je alleen de te importeren bestandsnamen op, niet het hele bestandenpad. Dit is anders dan een import via Profit zelf, dan geef je het volledige bestandenpad op.

Het te importeren bestand moet in dezelfde map staan als afasremotecmd.exe.

/X

Importbestand verwijderen na het importeren.

Je kunt in een importdefinitie aangeven dat het importbestand moet worden verwijderd na het importeren van de records. Deze instelling wordt genegeerd bij het gebruik van AFAS Remote. Als je het importbestand wilt verwijderen, moet je de optie /X opnemen in de commandline.

/Y

Logbestand verwijderen voordat het importeren gestart wordt.

Je kunt in een importdefinitie aangeven dat het logbestand moet worden verwijderd voor het importeren van de records. Deze instelling wordt genegeerd bij het gebruik van AFAS Remote. Als je het logbestand wilt verwijderen, moet je de optie /Y opnemen in de commandline.

/L

Logbestand bijhouden en wegschrijven op het systeem waar je AFAS Remote uitvoert.

Er zijn twee logfiles, een algemene logfile en een specifieke logfile. Foutieve importregels worden in de specifieke logfile gelogd. Als je wilt dat er ook foutinformatie wordt gelogd, moet je dit aangeven in de importdefinitie. Zo niet, dan zie je alleen de regels waarbij een fout is opgetreden.

Importdefinitie opzetten:

  1. Open de omgeving in Profit waarin je de importactie wilt uitvoeren.
  2. Ga naar: de importfunctie.
  3. Voeg een importdefinitie toe.
  4. Koppel de velden uit het importbestand aan de velden in Profit.
  5. Selecteer Bestandsnaam aanpassen tbv AOL bij elk veld voor het inlezen van een bestand.

    App_AFAS Remote gegevens importeren (AOL)

  6. Rond het opzetten van de importdefinitie af.
Records zonder bijlagen importeren

Je importeert records uit een importbestand.

Maak een batch-file met de volgende gegevens en voer deze uit. De taak wordt in de wachtrij geplaatst en zo snel mogelijk uitgevoerd. Hierna wordt het uitvoeren van de batch-file afgesloten.

Let op:

Bij een import in een specifieke administratie moet je ook de optie /A meegeven. De optie /A"administratienummer" moet direct na de optie /O"Omgeving" staan.

Actie:

IMPORT

Syntax:

afasremotecmd.exe /O"Omgeving" /A"administratienummer" /L"Algemeen log-bestand" IMPORT /N"Importdefinitie" /F"importbestand" /L"Import log-bestand"

Voorbeeld:

C:\Afasremote\afasremotecmd.exe /O"O12345AA" /L"logfile.log" IMPORT /N"items" /F"item.csv" /L"items.log"

Voorbeeld met administratienummer:

De optie /A"administratienummer" moet direct na de optie /O"Omgeving" staan.

C:\Afasremote\afasremotecmd.exe /O"O12345AA" /A"1" /L"logfile.log" IMPORT /N"Betalingen" /F"Betalingen.csv" /L"Betalingen.log"

Direct naar

  1. Commandline-acties AFAS Remote
  2. Gegevens importeren met AFAS Remote
  3. GetConnector aanroepen met AFAS Remote
  4. UpdateConnector aanroepen met AFAS Remote
  5. Vrije velden importeren
  6. GetConnector importeren

Process

Import

Work area

Techniek