thumb_up
thumb_down
link
Copy link
Copied
insert_emoticon
lmatfy
Copied

Wisseling normaal naar periodieke vakantietoeslag

Bij een wisseling van eenmalige naar periodieke vakantietoeslag, kun je het resterende saldo uitbetalen.

Voorbeeld:

Een medewerker heeft reeds een aantal perioden vakantietoeslag opgebouwd en krijgt vanaf een bepaalde periode een periodiek vakantietoeslag.

De reeds opgebouwde vakantietoeslag moet dus nog uitbetaald worden.

Aangezien de medewerker nu periodiek de vakantietoeslag ontvangt, zal Profit bij de periode van uitbetaling (van de normale vakantietoeslag) voor deze medewerker geen extra vakantietoeslag berekenen over het reeds gereserveerde saldo.

Je kunt het reeds opgebouwde saldo uitbetalen in de periode voordat de medewerker overstapt naar periodiek vakantietoeslag. Je hebt hiervoor de volgende mogelijkheden:

  • Je meldt de medewerker uit dienst. Profit betaalt de vakantietoeslag automatisch uit over het reeds gereserveerde saldo. Hierna meld je de medewerker weer in dienst.

    Voorbeeld:

    Een medewerker stapt bijvoorbeeld over met ingang van periode 8 naar periodieke vakantietoeslag. Je meldt de medewerker uit dienst in periode 7.

  • De parameter 'Periode uitbetalen' van de looncomponent 100.002.014 'Vakantietoeslag' zal voor de medewerker op de periode moeten komen voor de overstap naar periodiek vakantietoeslag.

    Voorbeeld:

    Een medewerker stapt bijvoorbeeld over met ingang van periode 8 naar periodieke vakantietoeslag. De parameter 'Periode uitbetalen' krijgt de waarde 7.

Indien dit toch pas uitbetaald moet worden in de echte periode van uitbetalen van de vakantietoeslag, kun je voor de medewerker de looncomponent 'Voorschot vakantietoeslag' gebruiken.

Mutatieniveau parameter 'Periode uitbetalen' aanpassen:

  1. Ga naar: HRM / Organisatie / Cao.
  2. Open de eigenschappen van de cao.
  3. Ga naar het tabblad: Looncomponent.
  4. Open de eigenschappen van de looncomponent 'Vakantietoeslag'.
  5. Ga naar het tabblad: Parameter.
  6. Open de eigenschappen van de parameter 'Periode uitbetalen'.
  7. Vink Mutaties bij medewerker toestaan aan.
  8. Klik op: OK.
  9. Open de eigenschappen van de parameter 'Opbouw t/m periode'.
  10. Vink Mutaties bij medewerker toestaan aan.
  11. Klik op: OK.

Parameter 'Periode uitbetalen' aanpassen voor de medewerker:

  1. Ga naar: HRM / Medewerker / Medewerker.
  2. Open de eigenschappen van de medewerker.
  3. Ga naar het tabblad: Looncomponent.
  4. Klik op: Nieuw.
  5. Selecteer de looncomponent 'Vakantietoeslag'.
  6. Klik op: Voltooien.
  7. Open de eigenschappen van de parameter 'Periode uitbetalen'.
  8. Klik op: Nieuw.
  9. Bepaal de begin- en einddatum.

    Als einddatum geef je de laatste dag van de periode op waarin je de vakantietoeslag wilt uitbetalen.

  10. Vul de periode waarin je de vakantietoeslag wilt uitbetalen in bij Waarde.

    Voorbeeld:

    Als je de vakantietoeslag in juli wilt uitbetalen, geef je de waarde '7' op.

  11. Klik op: Voltooien.
  12. Klik op: OK.
  13. Open de eigenschappen van de parameter 'Opbouw t/m periode'.
  14. Klik op: Nieuw.
  15. Bepaal de begin- en einddatum.

    Als einddatum geef je de laatste dag van de periode op waarin je de vakantietoeslag wilt uitbetalen.

  16. Vul de periode waarin je de vakantietoeslag wilt uitbetalen in bij Waarde.
  17. Klik op: Voltooien.

De periodieke uitbetaling van de vakantietoeslag kun je op twee manieren toepassen:

  • Voor een individuele medewerker
  • Alleen voor medewerkers waarbij Rooster toepassen in Payroll niet is aangevinkt in de eigenschappen van het salaris.

Vakantietoeslag periodiek uitbetalen voor medewerker:

  1. Ga naar: HRM / Medewerker / Medewerker.
  2. Open de eigenschappen van de medewerker.
  3. Ga naar het tabblad: Looncomponent.
  4. Klik op: Nieuw.
  5. Selecteer de looncomponent 100.002.015 'Periodieke uitbetaling vakantietoeslag'.
  6. Klik op: Voltooien.

    Als je periodieke uitbetaling toepast, dan wijzigt automatisch de parameter 'Berekenen' in de looncomponent 100.002.014 'Vakantietoeslag' in de waarde Nee.

  7. Berekenen voor individuele medewerker met en zonder toepassing van rooster in Payroll:
    1. Open de eigenschappen de parameter 'Periodieke vakantietoeslag berekenen Ja/Nee'.
    2. Klik op: Nieuw.
    3. Vul de begin- en eventuele einddatum.
    4. Vink Toepassen aan.
    5. Klik op: Voltooien.
    6. Klik op: OK.
  8. Berekenen voor medewerker waarbij het rooster niet wordt toegepast in Payroll:
    1. Open de eigenschappen de parameter 'Medewerker met rooster uitsluiten van periodieke VT'.
    2. Klik op: Nieuw.
    3. Vul de begin- en eventuele einddatum.
    4. Vink Toepassen aan.
    5. Klik op: Voltooien.
    6. Klik op: OK.

Zie ook

Process

Landelijke regelgeving

Work area

Payroll