Betaalfrequentie
Een medewerker kan zelf kiezen met welke frequentie het salaris uitbetaald wordt. De medewerker heeft de keuze uit:
- 4-weken
De medewerker krijgt om de 4 weken betaald. De betaling van week 1 t/m 3 wordt hierbij onderdrukt. Dit geldt ook voor een eventuele correctieperiode. In de vierde week wordt de betaling gecumuleerd naar een totaal te betalen bedrag.
Dit is ook mogelijk bij flex-medewerkers gekoppeld aan weekverloning zonder declaratieverwerking. Bij medewerkers gekoppeld aan deze periodetabel wordt de betaling 4 weken vastgehouden, op het moment dat de betaalinstelling op 4 weken staat.
- Periode - Dit is de periode uit de periodetabel.
De medewerker krijgt salaris uitbetaald op basis van de periode uit de periodetabel.
Betaalfrequentie bij de medewerker instellen:
- Ga naar:
- Profit / HRM / Medewerker / Medewerker / open de medewerker.
- InSite / In InSite is het veld beschikbaar bij het indienst melden van de medewerker. De medewerker en de managers hebben in InSite de mogelijkheid om de waarde te wijzigen via een medewerkermutatie.
- Ga naar het tabblad: Betaalinstelling.

- Selecteer bij Betaalfrequentie de waarde 4 weken (4W) of Periode (P).
- Klik op: Opslaan en sluiten.
Betaalfrequentie bij medewerker wijzigen
Als de medewerker gedurende de periode wisselt van betaalfrequentie, dan kunnen twee scenario’s zich voordoen:
- Wissel van periode naar 4 weken.
Medewerker krijgt pas betaald als het volgende 4 weken betaalmoment er is.
De al uitbetaalde perioden mogen niet in het 4 weken betaalmoment komen.
Voorbeeld
Medewerker met periodetabel weektabel komt indienst. De eerste twee weken heeft de medewerker betaalfrequentie week. In de derde week wijzigt de medewerker de betaalfrequentie naar 4 weken. Bij het aanmaken van het betaalbestand in het derde week mag geen betaling plaatsvinden. Pas in de vierde week mag de betaling van week 3 en 4 plaatsvinden.
- Wissel van 4 weken naar periode.
Medewerker krijgt betaald bij eerst volgende betaalmoment van de periode.
Ook van de perioden weken die eerder zijn onderdrukt.
Bij elke betaalmoment van de periode wordt gekeken of er nog voorgaande onderdrukte betalingen mee moeten.
Voorbeeld
Medewerker met periodetabel weektabel komt indienst. De eerste twee weken heeft de medewerker betaalfrequentie 4 weken. In de derde week wijzigt de medewerker de betaalfrequentie naar periode. Bij het aanmaken van het betaalbestand in het derde week worden ook de betalingen van week 1 en 2 meegenomen.