Schenkbelasting

Als iemand een schenking doet of een schenking ontvangt moet hier een aangifte schenkbelasting voor gedaan worden.

Let op!

In 2026 zijn de jaarlijkse belastingvrije bedragen € 2.769 (algemene vrijstelling) en € 6.908 (algemene vrijstelling ouder/kind).

Aangifte schenkbelasting 2026:

Ieder jaar worden in de aangifte schenkbelasting (wets)wijzigingen doorgevoerd. Je kunt de aangifte schenkbelasting voor 2026 uitwerken en versturen naar de Belastingdienst. De aangifte schenkbelasting voor 2026 is beschikbaar in de cockpit van de cliënt IB. De aangifte schenkbelasting moet altijd binnen zijn vóór 1 maart in het jaar volgend op het jaar waarin de schenking gedaan is (tenzij uitstel verleend is). Je moet de aangifte schenkbelasting digitaal versturen naar de Belastingdienst.

Video

Beschrijving

Alle wisselingen van geld of producten vallen onder een schenking, met als voorwaarde dat één van de twee partijen er slechter van wordt en de ander beter. Zo valt het schenken van een aanzienlijk geldbedrag onder de schenkbelasting, maar de verkoop van een huis onder de marktwaarde ziet de Belastingdienst ook als schenking. Als de Belastingdienst kan bewijzen dat het huis onder de marktwaarde is verkocht en dat het om een schenking ging, dan moet over het verschil tussen de WOZ-waarde van de woning en de verkoopwaarde belasting betaald worden.

De Belastingdienst heeft schenkingen in verschillende categorieën verdeeld. Per categorie kan de schenking op een andere manier gewaardeerd worden.

Categorieën Schenkbelasting:

  • Contantbedrag

    Het gaat in deze categorie om contant geld, maar ook om geld dat op een bankrekening wordt gestort. Er wordt belasting geheven over het werkelijk geschonken bedrag of de waarde van de bankrekening op het moment van de schenking.

  • Woning of onroerende zaak

    Het gaat hier bijvoorbeeld om een stuk grond, een huis met een garage of een losse garagebox. Er wordt belasting geheven over de waarde in het economisch verkeer op het moment van schenken. Als de schenking een (vakantie)woning in Nederland betreft, dan geldt de WOZ-waarde als waarde in het economisch verkeer. Vul in de specificatie de omschrijving, het adres, de marktwaarde, de waarde voor de overdrachtsbelasting, het % overdrachtsbelasting en de betaalde overdrachtsbelasting in.

    Als een onroerende zaak wordt verkocht voor een bedrag lager dan de feitelijke waarde dan is het verschil tussen de waarde en het betaalde bedrag een schenking.

    Bij Jaarlijks te betalen erfpacht vul je het bedrag in dat jaarlijks betaald wordt voor de erfpacht (de canon). Is de erfpacht afgekocht dan blijft deze rubriek leeg. Wordt de canon jaarlijks aangepast dan wordt hier de laatst betaalde canon bedoeld. Om de Huurprijs per jaar te berekenen, vermenigvuldig je de maandelijkse huurprijs aan het begin van het kalenderjaar met 12. Als de maandelijkse huurprijs aan het begin van het kalenderjaar bijvoorbeeld € 475 is, is de jaarlijkse huurprijs (12 x € 475 =) € 5.700. De waarde van het niet-verhuurde deel is de WOZ-waarde vermenigvuldigd met (100% -/- verhuurde percentage). Is de huur in het jaar van schenking niet ingegaan aan het begin van het kalenderjaar? Neem dan de maandelijkse huurprijs die betaald moest worden toen de huur inging. Vermenigvuldig deze huurprijs met 12.

    • Landgoed

      Als de woning of de onroerende zaak een Landgoed is dan vink je dat veld aan in de gelijknamige specificatie en moet je vervolgens de specificatie Landgoed invullen.

      Op hoofdniveau wordt geen bedragveld getoond met de waarde van het landgoed. De reden hiervoor is dat de waarde van het landgoed geen onderdeel is van de schenkbelasting, dat is het geschonken onroerend goed of de geschonken woning. Over het onroerend goed wordt de waarde bepaald, niet over het landgoed.

  • Effecten

    Effecten zijn aandelen, obligaties, winstbewijzen of opties. Er wordt belasting geheven over de volledige waarde van de slotkoers van de effecten op de dag vóórdat de schenking is gedaan.

  • Roerende zaak

    Het gaat hier bijvoorbeeld om spillen zoals een schilderij, antiek, sieraden of bijvoorbeeld een dier met waarde zoals een paard. Er wordt belasting geheven over de marktwaarde op het moment van schenken. De marktwaarde is het hoogste bedrag dat je zou krijgen bij verkoop. Vul in de specificatie de omschrijving, de soort en de waarde in. Bij Soort kun je kiezen uit Inboedel, Kunst en antiek, Vervoersmiddelen en Overige.

  • Periodieke uitkering

    Hier vul je de gegevens in die zijn vastgelegd in de overeenkomst van de periodieke uitkering. Je vult in de specificatie het periodieke bedrag, de periode, de begindatum en het bedrag per jaar in. De hoogte van een periodieke uitkering is berekend en afhankelijk van de volgende scenario’s:

    • De looptijd is afhankelijk van het leven van één of meer personen: De uitkering kan hierbij afhankelijk zijn van de langstlevende, maar ook van de kortst levende.
    • De looptijd is al bekend: bijvoorbeeld als iemand een schenking krijgt voor de komende vijf jaar, of twee jaar vruchtgebruik heeft van een woning zonder ervoor te betalen.

    Let op:

    De berekeningen voor de waarde van de schenkbelasting worden (momenteel) niet ondersteund in onze aangifte, deze moeten buiten de aangifte uitgevoerd worden. Klik hier voor uitgewerkte voorbeelden voor het berekenen van de Waarde voor de schenkbelasting in het geval van een periodieke uitkering.

    Wil je de waarde berekenen van een erfenis of schenking? Bij het berekenen van de waarde van een periodieke uitkeringen is het van belang of:

    • de looptijd afhangt van het leven van één of meer personen
    • de looptijd al bekend is

    De looptijd afhangt van het leven van één of meer personen

    Voor de berekening van de schenkbelasting gebruik je de tabel hieronder als de looptijd van de periodieke uitkering afhankelijk is van het leven van één of meer personen die de periodieke uitkering krijgen.

    Tabel 1: Vermenigvuldigingsfactor bij variabele looptijd

    Leeftijd

    Factor

    Jonger dan 20 jaar

    16

    Van 20 tot 30 jaar

    15

    Van 30 tot 40 jaar

    14

    Van 40 tot 50 jaar

    13

    Van 50 tot 55 jaar

    12

    Van 55 tot 60 jaar

    11

    Van 60 tot 65 jaar

    10

    Van 65 tot 70 jaar

    8

    Van 70 tot 75 jaar

    7

    Van 75 tot 80 jaar

    5

    Van 80 tot 85 jaar

    4

    Van 85 tot 90 jaar

    3

    Ouder dan 90 jaar

    2

    De waarde van de periodieke uitkeringen in één 1 jaar is voor de erf- en schenkbelasting vastgesteld op 6%. Dit percentage wordt rekenrente genoemd. U vermenigvuldigt de rekenrente met de factor die bij de leeftijd van een erfgenaam hoort.

    Let op!

    De berekening kan afwijken als er sprake is van een renteafspraak in het testament of van een onderlinge renteafspraak.

    Voorbeeld: De periodieke uitkering is afhankelijk van het leven van één persoon

    Jan (43 jaar) krijgt een periodieke uitkering met een waarde van € 100.000. U berekent de waarde van de periodieke uitkering op de volgende manier:

    1. Stap 1: 6% rekenrente van € 100.000 = € 6.000.
    2. Stap 2: de factor in tabel 1 bij de leeftijd van 43 jaar is 13.
    3. Stap 3: € 6.000 x factor 13 = € 78.000. Dit is de waarde van het vruchtgebruik.
    4. Stap 4: de waarde van de blote eigendom is (€ 100.000 - € 78.000) = € 22.000.

    Voorbeeld: De periodieke uitkering is afhankelijk van het leven van 2 of meer personen en het vruchtgebruik eindigt bij het overlijden van de vruchtgebruiker die als laatste sterft.

    Dit voorbeeld gaat uit van de situatie waarin het vruchtgebruik of de periodieke uitkering afhangt van het leven van 2 of meer personen. Het vruchtgebruik eindigt bij het overlijden van de vruchtgebruiker die als laatste sterft.

    Jaap (86 jaar) en Frits (76 jaar) krijgen samen het vruchtgebruik van een spaartegoed van € 100.000. U berekent de waarde van het vruchtgebruik en de blote eigendom op de volgende manier:

    1. Stap 1: 6% rekenrente van € 100.000 = € 6.000.
    2. Stap 2: In deze situatie trekt u van de leeftijd van de jongste vruchtgebruiker (Frits, 76 jaar) 5 jaar af. Dat is 71 jaar. De factor in tabel 1 bij de leeftijd van 71 jaar is 7.
    3. Stap 3: € 6.000 x factor 7 = € 42.000. Dit is de waarde van het vruchtgebruik. Jaap en Frits moeten ieder erfbelasting betalen over de helft van € 42.000 = € 21.000.
    4. Stap 4: De waarde van de blote eigendom is (€ 100.000 - € 42.000) = € 58.000.

    Voorbeeld: De periodieke uitkering is afhankelijk van het leven van 2 of meer personen en het vruchtgebruik eindigt bij het overlijden van de vruchtgebruiker die als eerste sterft.

    Dit voorbeeld gaat uit van de situatie waarin het vruchtgebruik of de periodieke uitkering afhangt van het leven van 2 of meer personen. Het vruchtgebruik eindigt bij het overlijden van de vruchtgebruiker die als eerste sterft.

    Jaap (86 jaar) en Frits (76 jaar) krijgen samen het vruchtgebruik van een spaartegoed van € 100.000. U berekent de waarde van het vruchtgebruik en de blote eigendom op de volgende manier:

    1. Stap 1: 6% rekenrente van € 100.000 = € 6.000.
    2. Stap 2: In deze situatie telt u bij de leeftijd van de oudste vruchtgebruiker (Jaap, 86 jaar) 5 jaar op. Dat is 91 jaar. De factor in tabel 1 bij de leeftijd van 91 jaar is 2.
    3. Stap 3: € 6.000 x factor 2 = € 12.000. Dit is de waarde van het vruchtgebruik. Jaap en Frits moeten ieder erfbelasting betalen over de helft van € 12.000 = € 6.000.
    4. Stap 4: De waarde van de blote eigendom is (€ 100.000 - € 12.000) = € 88.000.

    De looptijd is bekend

    Voor de berekening van de schenkbelasting gebruikt u de tabel hieronder als de looptijd van het vruchtgebruik of de periodieke uitkering niet afhangt van het leven van 1 of meer personen, maar al bekend is. U moet hierbij denken aan:

    • een uitkering van lijfrente gedurende 5 jaar
    • het recht om 2 jaar in een woning te blijven wonen

    Tabel 2: Vermenigvuldigingsfactor bij vaststaande looptijd

    Waardering gedurende

    Afhankelijk
    van leven van
    1 persoon
    0 t/m 39 jaar

    Afhankelijk
    van leven van
    1 persoon
    40 t/m 59 jaar

    Afhankelijk
    van leven van
    1 persoon
    60 jaar en ouder

    Niet
    afhankelijk
    van het leven
    van 1 persoon

    1e 5 jaar

    0,84

    0,83

    0,75

    0,85

    2e 5 jaar

    0,62

    0,60

    0,40

    0,64

    3e 5 jaar

    0,46

    0,42

    0,15

    0,48

    4e 5 jaar

    0,34

    0,28

    0,04

    0,36

    5e 5 jaar

    0,25

    0,18

    0,02

    0,28

    en volgende jaren

    0,12

    0,06

    0,00

    0,15

    Voorbeeld periodieke uitkering waarvan looptijd bekend is

    De opa van Clarissa heeft bepaald dat Clarissa (23 jaar) een jaarlijkse uitkering lijfrente ontvangt van € 1.000 gedurende 7 jaar. Ook heeft opa bepaald dat de uitkering eindigt als Clarissa binnen deze 7 jaar overlijdt.

    1. Stap 1: Clarissa is 23 jaar. Haar leeftijd valt in de eerste kolom (0 tot en met 39 jaar).
    2. Stap 2: De eerste 5 jaar van de uitkering wordt berekend met factor 0,84.
    3. Stap 3: 5 jaar x € 1.000 per jaar x factor 0,84 = € 4.200.
    4. Stap 4: De resterende 2 jaar vallen in de tweede 5 jaar met een factor 0,62.
    5. Stap 5: 2 jaar x € 1.000 per jaar x factor 0,62 = € 1.240.
    6. Stap 6: Clarissa moet voor de lijfrentepolis schenkbelasting betalen over (€ 4.200 + € 1.240) = € 5.440.

    Als de uitkering niet afhankelijk is van het leven van 1 persoon

    Is de uitkering niet afhankelijk van het leven van Clarissa? Gebruik dan de laatste kolom in de tabel voor de berekening. De uitkering hangt niet af van Clarissa's leven als de uitkering niet eindigt bij haar overlijden, maar bijvoorbeeld overgaat op haar erfgenamen.

    Maximale waarde

    De waarde van de periodieke uitkering is maximaal 17 keer de jaarlijkse periodieke uitkering als de periodieke uitkering niet afhankelijk is van het leven van 1 persoon. Dit geldt zowel voor uitkeringen voor bepaalde tijd als voor uitkeringen voor onbepaalde tijd.

    Personen van wiens leven de periodieke uitkering afhankelijk is: als je bij Periodiek uitkeringen hebt aangegeven dat de uitkering afhankelijk is van iemands leven dan vul je in deze specificatie de gegevens in van die persoon.

  • Schenking op papier

    Hier is sprake van als de schenking alleen op papier is vastgelegd en er geen geld wordt overgemaakt. Het geld blijft op de rekening van de schenker staan. De schenker heeft daardoor een schuld aan de ontvanger. De ontvanger kan het geld pas opeisen als de schenker overlijdt.

  • Kwijtschelding van een schuld

    Als een lening of een schuld wordt kwijtgescholden geldt het bedrag dat je niet meer hoeft te betalen als een schenking.

  • Vruchtgebruik

    Je hebt het vruchtgebruik van een woning, van effecten of iets anders als je niet de eigenaar bent, maar er wel gebruik van mag maken. Of je mag gebruikmaken van de opbrengsten ('vruchten') ervan. Dit geldt bijvoorbeeld als ouders een woning kopen waarin een kind levenslang gratis mag wonen.

    Vruchtgebruik is vanaf 2021 een specificatie in plaats van alleen een veld. Je kunt hier de Omschrijving, Waarde vruchtgebruik, Omschrijving stamkapitaal en Waarde stamkapitaal invullen.

  • Overige schenking

    Niet alle schenkingen zijn zomaar in een categorie te plaatsen. Als iemand een bedrag leent tegen een rente die veel lager is dan wat banken vragen, wordt dit ook gezien als een schenking. In dit geval is de schenking gelijk aan het verschil. De waarde van dit soort schenkingen is moeilijk te bepalen, hier ‘helpt’ de Belastingdienst bij het bepalen van de waarde in economisch verkeer. Je vult hier bijvoorbeeld het bedrag van het meerdere in, als zich een rechtsfeit heeft voorgedaan, waardoor een echtgenoot tot meer dan 50% van het totaal van de vermogens van beide echtgenoten eigenaar is geworden.

  • Aanvullende gegevens schenking uit APV

    Het veld Afgezonderd particulier vermogen is vervallen.

    Je beschikt nu over de nieuwe specificatie Aanvullende gegevens schenking uit APV. Deze specificatie kun je altijd invullen, ook als je al een andere schenking hebt ingevuld.

    Je kunt hier de RSIN, de Rechtsvorm en het Land toevoegen.

    Je geeft de schenking uit APV vanaf 2021 als losstaande schenking op (bijvoorbeeld Effecten)

  • Bijzondere situaties

    Hier vul je schenkingen in als sprake is van:

    • Bovenmatige erfrechtelijke rente die bij leven is uitbetaald

      Een nalatenschap kan door een erfrechtelijke schuld niet verder verkleind (uitgehold) worden dan met 6% samengestelde rente per jaar. Als er een hogere rente is afgesproken, dan wordt het bovenmatige deel van de rente als een fictieve verkrijging beschouwd. Als de langstlevende de bovenmatige rente tijdens het leven al aan de kinderen betaalt, dan is er sprake van een schenking (waarover schenkbelasting verschuldigd kan zijn).

    • Verblijvingsbeding in een maatschapscontract

      In een maatschapscontract of VOF-contract wordt vaak een verblijvingsbeding opgenomen. De maten komen dan overeen dat bij overlijden of beëindiging van de maatschap door één van de maatschapsleden alle gemeenschappelijke goederen toekomen aan de overige maatschapsleden. Afhankelijk van de relatie tussen de partijen bij een verblijvensbeding moet er bij overlijden schenkbelasting betaald worden over hetgeen krachtens het verblijvensbeding verkregen wordt.

    • Vruchtgebruik renteloze lening aan natuurlijk persoon

      Wanneer een iemand renteloos leent aan een natuurlijk persoon, ziet de fiscus dit als een schenking van 6% rente. Fictieve rente heet dit. Bereken je een lager percentage dan is er sprake van een schenking voor het verschil tussen het berekende percentage en 6%. Dit verschil leidt dan jaarlijks tot een schenking.

Schenker óf ontvanger is cliënt IB

Bij schenkingen kan zowel de schenker als de ontvanger de belasting betalen. De meeste praktijksituaties zijn schenkingen van een bepaald bedrag, zoals een (o)ma die geld schenkt aan kinderen en kleinkinderen.

In Profit wordt de aangifte schenkbelasting gestart vanuit een cliënt IB. In de aangifte kun je, vanaf het jaar 2023, kiezen of de Schenker of de Ontvanger de cliënt IB is. Afhankelijk van je keuze worden de stamgegevens van de cliënt IB vervolgens overgenomen bij de schenker of bij de ontvanger. De overgenomen velden zijn niet te wijzigen.

In de aangifte kun je opgeven aan welke personen iets is geschonken, wat er is geschonken en hoeveel er is geschonken. Afhankelijk van de relatie tussen schenker en ontvanger geldt een vrijstelling en wordt de te betalen belasting berekend. Als de aangifte klaar is, kun je het biljet digitaal versturen naar de Belastingdienst.

Als er meerdere ontvangers zijn (zoals in bovenstaand voorbeeld met een oma die een bedrag schenkt aan kinderen en kleinkinderen), dan kun je meerdere schenkingen toevoegen in de aangifte. Je kunt de gegevens eenvoudig dupliceren, zodat je ze niet steeds in hoeft te vullen. Per aangifte, per schenking wordt een aangifte verstuurd aan de Belastingdienst.

Na het dupliceren van de schenking hoef je alleen de gegevens van de schenking nog maar aan te passen. Bij het dupliceren worden alle ontvanger- en ondertekengegevens allemaal automatisch overgenomen. Op deze manier hoef je deze niet dubbel in te vullen en bespaar je tijd!

Het kan gebeuren dat een ontvanger meerdere schenkingen krijgt in één kalenderjaar, in dat geval is de ontvanger verplicht om voor elke schenking afzonderlijk een aangifte te versturen naar de Belastingdienst.

Voorbeeld:

Een cliënt krijgt in een jaar zowel een geldbedrag als een bedrijf geschonken. In dit geval ben je verplicht om voor je cliënt (de ontvanger) twee keer een aangifte schenkbelasting te doen. Je moet dan twee aangiften versturen naar de Belastingdienst.

Voorbereiding

  • Vrijgeven biljetsoort
  • Autoriseren Klaarzetten aangifte

Werkwijze

  • Schenkbelasting uitwerken
  • Schenkbelasting klaarzetten
  • Schenkbelasting versturen
  • Schenkbelasting raadplegen elektronisch bericht
  • Schenkbelasting vrijgeven, deblokkeren en verwijderen
  • Schenkbelasting afdrukken

Zie ook

  • Weergave aanpassen met Schenkbelasting
  • Voorbeelden Schenkbelasting
  • Voorbeelden Bedrijfsopvolgingsregeling
  • Veldcodes Schenkbelasting
  • Wijzigingen schenkbelasting 2026
  • Wijzigingen veldcodes Schenkbelasting 2026